Jozef Godts - Jefke Cassis
Door Anita Philips
JOZEF GODTS ALIAS JEFKE CASSIS (1875-1962)
met dank aan Marcel Debot, Eugenie Vanderperren, Albert Philips en Robert Schreurs.

Jefke Cassis als kruisdrager tijdens de processie in Vossem in 1948.
Artikel:
Een typisch Vossemse volksfiguur was Jozef Godts, beter gekend als 'Jefke Cassis', zoon van 'Lamme Gebuur'. Hij werd geboren in Vossem op 31 december 1875 en zijn ouderlijk huis stond in de Steenputtenstraat. Op 21 april 1923 huwde de toen 48-jarige Jozef met de tien jaar jongere Maria Goossens (geboren in Rillaar op 21 januari 1885). Het paar ging in een klein huisje op de Smisstraat nr. 10 wonen, achter de vroegere bakkerij Laes (gelegen tegenover de huidige bakkerij Vogelaers).

De vroegere woning van Jefke Cassis, gelegen aan de Smisstraat nr. 10 in Vossem. Het huis staat al jaren leeg en oogt vervallen. Buren die hun huis aan het renoveren zijn, hebben een deel van hun afval voor het huisje gestapeld.
Het echtpaar kreeg twee kinderen: Maria Adelina (geboren op 29 juli 1924) en Frederik Oscar (geboren op 14 mei 1928). Jefkes vrouw Maria, die altijd een zwakke gezondheid had gehad, stierf op 6 februari 1932. Ze was slechts 47 jaar oud en liet twee jonge kinderen achter.
Jefke is heel zijn leven een manusje-van-alles geweest, maar zijn hoofdactiviteit bestond erin dagelijks het torenuurwerk van de kerk op te winden. Dat deed hij plichtbewust iedere ochtend na de mis van 6.30u. Hij klom er helemaal voor tot in de toren om er aan een groot wiel met zware gewichten te draaien.
Daarnaast verrichtte Jefke in de kerk en voor de pastoor nog allerlei taken.
Hij herstelde de rieten stoelen, 'melkstoeltjes' genoemd, die achteraan in de kerk stonden. Ieder jaar met Kerstmis zette Jefke het houten kerststalletje klaar en hij vulde het met vers stro. En voor begrafenissen groef hij de putten op het toenmalige kerkhof rond de kerk. Iedere maandag werd Jefke door pastoor Huybrechts betaald voor zijn taak in cartouches wisselgeld. De pastoor recupereerde het geld later van de gemeente. In het boek met overzicht van de facturen van de gemeente, goedgekeurd tijdens de zitting van het schepencollege, vinden we bijvoorbeeld voor het eerste semester van het jaar 1944 het volgende: uitbetaald aan Jozef Godts voor het onderhoud van het torenuurwerk: 100 BEF, vergoeding grafmaker: 100 BEF. In het jaar 1949 was dat bedrag per karwei opgelopen tot 200 BEF per semester.

Natuurlijk was zijn inkomen onvoldoende om van te leven. Daarom boerde Jefke een beetje. Hij bezat een magere koe. Pastoor Huybrechts lachte dikwijls met het dunne beestje en noemde het 'kapstokske'. Bij andere boeren hielp Jefke wanneer een koe moest kalven. Meestal was zijn beloning slechts een borreltje maar dat vond hij niet erg want hij lustte wel 'een druppelke'. Hij slurpte zeer voorzichtig van het lekkere vocht want hij wou geen druppel verloren laten gaan.
Bezems maken was ook een vaardigheid die Jefke meester was. Hij ging er rijshout voor sprokkelen in het bos van Neerijse. Pastoor Huybrechts, die hield van een grap, maakte de naieve Jefke wijs dat hij de politie over de vloer had gekregen omdat Jefke hout stal uit het bos. Natuurlijk was er van dit alles niets waar, maar het was voldoende om de goedgelovige man ongerust te maken.
Vele jaren droeg Jefke Cassis het kruis rond in de processie. Zelfs al was hij moeilijk te been, toch bleef hij het kruis dragen, ook al had hij hierbij steun van een wandelstok nodig en rustte de stok met het kruis op latere jaren op zijn schouder.
Jozef Godts stierf op 12 januari 1962. Hij was 86 jaar oud.
Zijn dochter en zoon zijn ondertussen ook al overleden.

Dit artikel verscheen in De Horen, jaargang 31 (2004, nr.2: pp.151-154)






