Lodewijk-Jozef MOEYS, voor het vaderland gesneuveld te Kuurne
opgetekend door Anita Philips, na een gesprek met Frans en Maria Moeys-Vandermosten
Dit artikel verscheen in De Horen, het driemaandelijks ledenblad van de Koninklijke Heemkundige Kring Sint-Hubertus, 30ste jaargang, 2003, nr.3.
Op weg naar de eucharistieviering of catechismuslessen bij pastoor Danhieux ben ik als kind honderden keren langs het graf gelopen dat zich nu nog als enige onmiddellijk links tegen de Vossemse kerkmuur bevindt. Je zag het niet bij het binnengaan van de kerk, maar bij het buitengaan viel mijn oog dikwijls op de foto op het graf van Lodewijk-Jozef Moeys, sergeant C.S.L.R. van het 12de Linieregiment.

Van zijn broer, Frans Moeys, vernam ik over de dood van Lodewijk-Jozef Moeys de volgende informatie:
Lodewijk Moeys, door iedereen Louis genoemd, werd in Vossem geboren op 18 mei 1920. Hij was de tweede van drie zonen van Eduard Moeys en Eliza Trappeniers.
Louis studeerde eind juni 1939 als onderwijzer af. Het was een periode van economische crisis en omdat hij niet onmiddellijk werk vond, vatte hij vervroegd zijn legerdienst aan. Eind juli maakte hij deel uit van wat men toen de schoolcompagnie noemde: een afdeling die bestond uit soldaten die gestudeerd hadden.
Toen Louis in 1940 zou afzwaaien, was er algemene mobilisatie in Belgié waardoor hij meteen weer werd opgeroepen. Op 5 mei 1940 werd hij naar een kantonnement in Vottem (Wallonié) gestuurd en op vrijdag 10 mei vielen de Duitsers Belgié binnen.
Op 22 mei hebben Louis en zijn oudere broer Jean, die ook soldaat was, elkaar nog gesproken in Ingooigem. Daar vertelde Louis dat hij op 15 mei vanuit Charleroi op weg was naar huis; hij had geen regiment meer, was alles verloren, Maar toen moet hij zich hebben bedacht: hij vond het zijn plicht om zijn regiment terug te vinden en in Kuurne hebben de soldaten zich inderdaad gehergroepeerd.
In die streek werd traditiegetrouw het vlas in de Leie gewassen. Dat vlas stremde de scheepvaart. Daarom was er een kanaal gegraven waarlangs de schepen voeren. Dat kanaal stond niet op de Duitse stafkaarten.
Toen de Duitse soldaten de Leie hadden overgestoken, wachtte hen een onverwachte hindernis en een treffen met Belgische soldaten. Als represaillemaatregel stuurden de Duitsers vliegtuigen over die het Belgische leger met mitrailletten bestookten.
Ruim 80 soldaten van Louis zijn regiment zijn op 23 en 24 mei gesneuveld. Louis zelf stierf op 24 mei 1940.

In die tijd kwam toevallig een meisje uit Kuurne, een zekere Simonne, regelmatig op vakantie bij familie in Vossem. Zij merkte op de lijst van gesneuvelde soldaten dat één soldaat uit Vossem afkomstig was, waarna zij de familie verwittigde.
Louis zijn vader, de toenmalige champetter van Vossem, schatte in dat er zich in Belgié enkele dagen na de inval van de Duitsers een toestand van wanorde zou voordoen. Van die wanorde heeft hij dan gebruik gemaakt om het lichaam van zijn zoon uit Kuurne weg te halen. Eerst is hij samen met Emiel Mommens (in Vossem gekend als den donder) naar Kuurne getrokken om zich ter plaatse te vergewissen van de dood van zijn zoon. Later is hij samen met zijn zoon Jean en met Maurice Philips (Maurice van poot), die een vrachtwagen bezat, met een lege lijkkist naar Kuurne gereden. Zonder aan iemand toestemming te vragen hebben ze daar het lichaam van Louis, dat nog langs de kant van de Leie lag, meegenomen en naar Vossem gebracht.
In Vossem wou moeder Lize dat haar zoon nog eenmaal thuis zou komen. Tegen de avond werd de lijkkist even binnengebracht en familie en buren zijn nog een kruisje komen geven.
Moeder Lize wou weten of haar zoon nog geleden had voordat hij stierf. Er is haar verteld dat hij onmiddellijk dood moet zijn geweest, maar de werkelijkheid was gruwelijker. Een been van Louis was door het mitraillettevuur afgeschoten en aan zijn uniform kon men zien dat hij nog op zijn ellebogen is voortgekropen. Waarschijnlijk is hij uiteindelijk doodgebloed.
In Kuurne is er een monument opgericht ter herdenking van de gesneuvelden van de 18-daagse veldtocht. Ieder jaar is er de derde zondag van mei een herdenkingsplechtigheid.








