VOSSEMSE DIALECTWOORDEN
Onderstaande woorden en gezegden werden onlangs tussen pot en pint bij elkaar gebracht!
Deze lijst is dus voor verbetering en aanvulling vatbaar.
Alle hulp, zowel met nieuwe woorden als de juiste schrijfwijze (uitspraak), wordt natuurlijk met dank aanvaard!
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
–
Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.
– café In den Congo Vossem
Aar-oeile: Samengeperst steenkoolgruis
Afgank: Diaree
Algaa: In de rapte – vlug
Amb(e)lak: Kalender
Amvlop: Briefomslag
Bandeleer: Draagriem voor kruiwagen
Baul: Jutte zak ( 50 kg)
Bèddeke: Onderlegger voor tafel
Bedoeft: Bedorven
Boembezaine broek: Fijn katoenen broek
Boilleke: Jutte zak (25 kg)
Dagwand: Ongeveer 25 are landbouwland
Dailewand: Muurtje in de schuur tussen stapelplaats van het stroo en de standplaats van de kar
Daus: Bromvlieg
Diabazon: Toonladder
Doembacht: Bewusteloos ( iene in – slauge )
Draiche: Stortregenen
Esprès: Opzettelijk
Felle: Kloek
Fleirmois: Vleermuis
Flore broek: Fluwelen broek
Foile: Lijst
Frètte: Eten ( Dieren )
Gielenoep: Zeer veel
Gien avans: Nutteloos
Ienderd: Om het even – het zelfde
Jat: Tas
Joenge fleuder: Jongeling
Juzeke vant kroeis leize: Zich zeer katholiek uiten
Kaaiker: Duiventil
Kalbas: Katoenen zak om te winkelen met lederen handvatten
Kalpè: Boekentas ( klein model – meestal zwart of bruin met 2 zakjes vooraan opgenaaid en 2 schuifsloten
Kamper-noeile: paddestoel
Ke-joske: Wisse mandje om witloof te verpakken
Kessoel: Kookpot
Klabas: Boekentas (Groot model – meestal bruin leder met 2 zakjes vooraan opgenaaid en 2 schuifsloten
Knaitselbijt: Klokhuis v/e appel of peer
Knoeil: Houten kinderwagen op ijzeren wielen
Koemerschap: Product ( das goei -)
Kom floeis vroem: Kom straks terug
Krappelois: Kramiekel & Schandalig
Krète: Plagen
Kreube: Voederbak
Krewat: Sjaal
Kri-ei: Vroegmarkt
Kroeik kaffei: Kruik met koffie
Krowauge: Kruiwagen
Krumschup: Platte schop
Kurre: Big
Maamber: Niet-spelendlid van harmonie
Maurplak: Spatbord
Messing: Mesthoop
Motsiklet: Motorfiets
Muezel: Warboel
Nen bau eite mè spais: Een boterham met confituur eten
Noonaike: Dommerik
Oechel: Plant
Oeitsteik: Tweede keus witloof
Onschaa: Verbindingsstuk tussen paard of koe en werktuig
Paltau: Overjas
Pasterai: Pastorie
Paze: Nadenken
Perdaaf: Plotseling ( - op de grond gevalle )
Pèremispel: Wesp
Pertang: Nochtans
Petaat: Plotseling ( - gevalle ) & Aardappel
Praa: Prei
Prinste-poilste: Voornaamste
Raisneur: Nestel
Reule: Vierwielkar voor koe of paard
Schapro: Kast
Schoef: Bussel stro
Schoeif: Lade
Schoeil: Lei om op te schrijven of dakbedekking
Schramoile: Verbrande kolen
Serjoois: (de) Waarheid
Smaiting: Pak slaag
Snelzaaiker: Damesonderbroek
Snurkske: Hoofddoek
Stoppele opdeuvele: Gemaaid land oprakelen
Sueze: Deken
Tampe: Weeklagend klokgelui
Tappeseire: Behangen
Ternoe-e: Plagen
Tessendoek: Zakdoek
Toilend: Bij haar of zijn ouders
Tois: Thuis
Tonzeld: Bij mijn ouders
Toot: Zeker en vast
Trontinet: Autopet
Tueske: De WC
Uerlueze: Uurwerk
Vaggebont: Schurk
Vallink: Verkoudheid
Verbasderdeire: Namaken
Verdistreweire: Kapotmaken
Vermassakreire: Naar de duivel helpen
Verrassereit: Verzekerd
Vlo: Fiets
Voeiere: Dieren eten geven
Vuedel: Begin en einde van perceel landbouwland
Wante: Handschoenen
Weiregau: Trek op iets anders
Weulziel: Dik touw om stro vast te binden op de kar
Wisse maineke: Wisse mandje
Zaikput: Beerput
Zèt dà pèèt terrand en tander te rooi: Span dat paard links en het andere rechts in ( Bij een 2-span)
Zip: Straatgoot
Zo zeur as proeisch: Zo zuur als azijn
Zoei: Zaaien






